Meerval en rivierprik vallen niet meer onder de Flora- en faunawet

Per 1 oktober 2012 zijn meerval (Silurus glanis) en rivierprik (Lampetra fluviatilis) opgenomen in de Visserijwet . Dit betekent automatisch dat deze soorten niet meer beschermd worden door de Flora- en faunawet. Dit laatste is bepaald in artikel 4, eerste lid, sub d, Flora- en faunawet, namelijk ” Als beschermde inheemse diersoort worden aangemerkt: alle van nature in Nederland voorkomende soorten vissen, met uitzondering van de soorten waarop de Visserijwet 1963 van toepassing is.”

Deze wijziging is gepubliceerd in de Staatscourant van 17 oktober 2012. In de Staatscourant wordt de volgende toelichting gegeven op het onderbrengen van meerval en rivierprik in de Visserijwet.

“De meerval is de laatste jaren sterk toegenomen en is al geruime tijd geen zeldzaamheid meer. In de grote rivieren is inmiddels een zodanig bestand aan meerval, dat deze toppredator invloed begint uit te oefenen op de gehele visstand. Ook net over de grens in België (de Maas) en in Duitsland (de Rijn) is de meerval een algemeen voorkomende vissoort, zonder specifieke wettelijke bescherming.Gezien de beschermde status van de meerval onder de Flora- en Faunawet en het nog prille herstel van de meervalpopulatie, is opname van de meerval in de Visserijwet 1963 zonder aanvullende wettelijke bescherming op dit moment niet wenselijk. Om deze reden zal een jaarrond gesloten tijd voor deze soort worden ingesteld. In die periode moet gevangen meerval onverwijld in het water worden teruggezet. Hiermee wordt de mogelijkheid geschapen van gerichte sportvisserij op deze vissoort, terwijl de beperking door de terugzetverplichting de toenemende trend in de omvang van de soort garandeert.Voor de rivierprik geldt dat de populatie van deze vissoort in de afgelopen 10 jaar aanzienlijk is toegenomen en met name in het benedenstroomse deel van de grote rivieren inmiddels veelvuldig voorkomt. Dit beeld komt ook naar voren uit de huidige fuikenvisserij waar aanzienlijke aantallen rivierprikken worden aangetroffen. Door de rivierprik onder de werkingssfeer van de Visserijwet 1963 brengen, wordt regulering van de visserij op deze soort mogelijk. Gelet op beschermde status van deze vissoort en om het herstel van de rivierprik niet te doorkruisen, is dit echter alleen mogelijk als tegelijk de bescherming van het bestand voldoende is gewaarborgd.Hiertoe zal zowel een gesloten periode als een minimummaat worden gesteld. De gesloten periode komt daarbij grotendeels gelijk te liggen aan de migratieperiode van deze vissoort, van 1 november tot en met 31 januari. Daarnaast zal een gesloten periode gelden voor de paaitijd van deze soort van 1 maart tot en met 30 april. Voor de soort zal een minimummaat van 20 cm worden ingesteld, zodat geen verwarring kan gaan optreden met de gelijkende, maar zeldzame, beekprik.”