Veel beren, luipaarden en tijgers in Nederlandse natuur.

Ieder jaar trekken miljoenen Nederlanders naar dierentuinen en safariparken om te genieten van giraffes, leeuwen en ander uitheems dierenspul. Wat de meeste mensen niet weten is dat onze eigen natuur vol zit met beren, tijgers, hyena’s en luipaarden. En niet alleen in de natuurgebieden, maar de kans is groot dat ze ook regelmatig uw tuin bezoeken zonder dat u het weet. Overdag bent u veilig, want ze zijn vooral actief als het donker is. Mocht u zich willen wapenen tegen deze wilde dieren dan volstaat het om een vliegenmepper aan te schaffen. Ja, u leest het goed een vliegenmepper. Maar u hoeft zich niet te wapenen, want ze zijn stuk voor stuk absoluut ongevaarlijk. Soorten als bonte beer, witte tijger en rietluipaard zijn onschuldige nachtvlinders met misleidende namen. Om de safari compleet te maken bestaan er ook nachtvlinders met namen als papegaaitje, dromedaris, kameeltje, veelvraat en kroonvogeltje. Soms verwijzen de namen naar het uiterlijk van de vlinder of naar die van zijn larvale stadium. Echter, soms is het een volkomen raadsel waarom een soort een bepaalde naam heeft gekregen. Ik zie het zo voor me dat een aantal wijze vlinderdeskundige mannen en vrouwen bij elkaar hebben gezeten voor een brainstormsessie om al die soorten te voorzien van een passende naam. Maar aangezien we er meer dan 2400 soorten nachtvlinders zijn, duurt zo’n sessie natuurlijk behoorlijk lang. Aan het begin van de sessie worden logische namen bedacht als zomervlinder en wintervlinder. Namen die duidelijk aangeven wanneer een bepaalde soort vliegt. Maar naarmate de sessie vordert zijn de meest logische namen op en begint de inspiratie af te nemen. Maar omdat het inmiddels al laat is wordt het diner genuttigd en worden er een aantal alcoholische versnaperingen genuttigd. Dan lijkt langzaam de inspiratie weer terug te keren. De staat waarin de wijzen zich inmiddels bevinden heeft waarschijnlijk geleid tot de nachtvlindernaam “roesje”. En wanneer de wijzen enigszins vermoeid en aangeschoten naar elkaar zitten te staren oppert één van hen om elkaars bijnamen te gebruiken voor een aantal nachtvlinders. Lieveling voor de onschuldige lieve dame in het gezelschap, Haarbos voor de krullenbol in het gezelschap, Schedeldrager voor de haarloze van het stel, Huismoeder voor de overbezorgde oudere dame en Snuituil voor diegene die bedeeld was met een fors reukorgaan. Het werd nog een lange sessie en met de inname van meer drankjes steeg de creativiteit met als resultaat de namen die we terug kunnen vinden in de veldgids nachtvlinders.

Of men serieus op deze wijze de nachtvlinders van namen hebben voorzien lijkt me sterk, maar ik vind het in ieder geval een romantisch voorstelling over het ontstaan van al die bijzondere namen.

Maar hoe dan ook, bij al die bijzondere en minder bijzondere vlindernamen horen stuk voor stuk prachtige nachtvlinders. Ik raad iedereen aan om eens op safari te gaan in zijn eigen tuin of in de natuur in de buurt. Ga eens opzoek naar de hyena, draak en het platte beertje. En wie weet met heel veel geluk vindt u een zwart weeskind. Hmmm, hoe zouden ze die laatste naam verzonnen hebben? Proost!

Voor meer informatie over de genoemde (en niet genoemde) soorten kunt u terecht op www.vlindernet.nl (macronachtvlinder)of www.microlepidoptera.nl (micronachtvlinders).

Eind januari komt de vernieuwde nachtvlinderbijbel uit. Kijk op: http://www.veldshop.nl/search/nachtvlinder/