NatuurInclusief

Projecten

Reptielen & amfibieën

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan het voorkomen dat wateren moeten worden gedempt. Riet en nat grasland moet dan ruimte maken voor herontwikkeling. In dit geval is het mogelijk dat er onderzoek gedaan moet worden naar beschermde vissen en amfibieën en in sommige gevallen ook reptielen. Hieronder een voorbeeld van de twee onderzoeken.

Reptielenonderzoek

In Ulvenhout is op een erf onderzoek gedaan naar reptielen. De initiatiefnemer was voornemens om zijn kavel in twee delen te willen verkopen. Om dit mogelijk te maken zou een woonhuis gesloopt worden en het erf met bijbehorende bomen, struweel en vijver heringericht worden. Naast ander ecologisch onderzoek is met die reden ook reptielenonderzoek uitgevoerd.

Methode

In de periode juni – september is in- en rondom het plangebied onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van levendbarende hagedis en hazelworm. Wanneer deze soorten aanwezig zijn moet er van uit gegaan worden dat het aanwezige geschikte habitat ook een voortplantingsbiotoop en rustplaatsen betreft. Bij aanwezigheid van de soorten wordt een inschatting van de populatiegrootte gemaakt. Er is gebruik gemaakt van herpetoplaaten die één maand voorafgaand aan het eerste veldbezoek zijn uitgelegd, verspreid over het plangebied. Bij de plaatsing is gelet op de meest kansrijke locaties binnen het plangebied.

Herpetoplaten t.a.v. reptielenonderzoek

Hazelworm

De hazelworm is een pootloze hagedis en wordt daardoor vaak (onterecht) aangezien voor een slang. De soort komt voornamelijk voor in oost Nederland op zand- en lössgronden. De soort leeft verborgen waarbij het grootste gedeelte van het leven onder vegetatie en dood hout wordt doorgebracht. Hierbij gaat de voorkeur uit naar enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Omdat de warmte van de zon een belangrijke rol speelt in de voortplanting, zijn hazelwormen het beste te zien in de periode mei – juli. De hazelworm is eierlevendbarend. In Nederland doen de vrouwtjes om het jaar mee aan de voortplanting. Daarna kost het een jaar om haar conditie weer op peil te brengen. In landen met een warmer klimaat doen vrouwtjes jaarlijks aan de voortplanting mee.

Levendbarende hagedis

De levendbarende hagedis is een kleine hagedis die verschillende kleuren kan hebben en te herkennen is aan een kleine kop en een relatief korte staart. De soort komt in oost- en midden Nederland voor op voornamelijk heide en hoogveen gronden. Echter, de soort is soms ook in ander habitat te vinden. Levendbarende hagedissen zoeken binnen hun leefgebied oevers en vochtige terreindelen op waarbij de soort zonnend het beste is waar te nemen.

Resultaten

Tijdens de veldbezoeken is er gekeken naar de aanwezigheid van levendbarende hagedis en hazelworm bij de herpetoplaatjes en bij kansrijke locaties binnen het plangebied. Gedurende alle veldbezoeken zijn geen sporen van aanwezigheid van levendbarende hagedis en hazelworm aangetroffen.

Amfibieënonderzoek

Op een terrein van ca. 7,5 ha in Ommeren is een terreineigenaar voornemens om het terrein her in te richten. Het terrein bestaat uit een populieren bos, met ries en nat grasland en hier en daar een sloot. Door de beoogde werkzaamheden is onderzoek gedaan naar o.a. heikikker, poelkikker, kamsalamander en overige amfibieën.

Methode

In de periode maart t/m mei is het plangebied onderzocht op aanwezigheid van beschermde amfibieën. Voor het onderzoek naar amfibieën zijn aanwezige wateren tijdens drie veldbezoeken bemonsterd met een schepnet.

Poelkikker (links) aangetroffen op 16 maart, herkenbaar aan de grote symmetrische metatarsusknobbel op de achterpoot (rechts)

Resultaten

Tijdens de veldbezoeken zijn poelkikker en heikikker in het plangebied aangetroffen. Ondanks de intensieve bemonstering in de optimale periode van kamsalamander is deze soort niet in het plangebied aangetroffen. Overigens zijn er ook andere soorten aangetroffen, zoals kleine watersalamander en gewone pad.

Voor meer informatie over aanvullend ecologisch onderzoek, neem gerust contact op.

Projecten details